Gewone dieren bestaan niet: voorwoord Zoogdier 35-4

De box van mijn dochter is net een Nederlands landschap: kleinschalig, omheind en gevuld met doodgewone dieren. Een vos, een das, een muis hier en daar, soorten die ik geregeld in het wild tegenkom. Of het nu de eerste of laatste interactie is, haar verwondering is altijd precies even groot. Kan haar vader hetzelfde zeggen?

De zoogdierklasse kent diverse soorten met ‘gewone’ in hun naam. Vele daarvan kennen opmerkelijke eigenschappen of fascinerend gedrag. Om energie te besparen vertoont de gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) ’s winters het Dehnel-fenomeen, waarbij de hersenen krimpen met wel 21%.1 De gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) schakelt moeiteloos tussen actieve echolocatie en passieve geluidsdetectie, afhankelijk van de jachtstrategie. De gewone zeehond (Phoca vitulina) blijft langdurig onder water door middel van een duikreflex, met een drastisch verlaagde hartslag tot gevolg. De lijst gaat door en door. 

Dat we deze soorten als ‘gewoon’ bestempelen, zegt meer over ons dan over hen. Want zijn deze dieren wel écht zo gewoon, of zijn we ze gaandeweg zo gaan zien? Wat dat betreft lijkt de Engelse variant van het woord – common – een geschiktere keuze. Veelvoorkomend? Wellicht. Vaak gezien? Dat kan. Maar doorsnee zijn ze allerminst. 

Zelfs dit alternatief brengt een probleem met zich mee: de verbinding van soorten met een tijdelijke staat. Vanzelfsprekendheid ligt dan gelijk op de loer. Populaties die je vandaag voor lief neemt, staan er in de toekomst mogelijk heel anders voor. Veranderingen hierin komen en gaan. Ontzag voor de wereld is van alle tijden. 

Het grootste wonder dat ooit bestaan heeft, is datgene waarvan je niet eens meer doorhebt dat het een wonder is. Soms heb je een zetje nodig om je daaraan te herinneren: een ervaring in het veld, een onderzoeksresultaat, een artikel in Lutra of Zoogdier. Of in mijn geval, een pluche knuffelbeest. 

Gewone dieren bestaan niet – vraag het mijn dochter maar. 


D.R. Taylor
Eindredacteur Zoogdier

Oorspronkelijk verschenen als redactionele bijdrage in Zoogdier (jaargang 35-4).

Referenties

1 Lázaro, Javier et al (2021). Dehnel’s phenomenon. Current Biology, Volume 31, Issue 10, R463–R465.